College voor zorgverzekeringen.
Directe link naar zoek. Directe link naar navigatie.

AWBZ en Wmo

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor activiteiten die het burgers mogelijk maken om mee te doen in de samenleving. Dat is geregeld in de Wmo.

Er zijn in de Wmo negen zogeheten prestatievelden geformuleerd. Zij vormen het begrip ‘maatschappelijke ondersteuning’ (artikel 1g). Gemeenten zijn verplicht burgers met beperkingen en specifieke psychische of psychosociale problemen te compenseren door voorzieningen te treffen. Denk aan maatschappelijk werk, een buurthuis, woonvoorzieningen, een rolstoel, scootmobiel, sociaal vervoer, huishoudelijke hulp, enz. De Wmo geeft de kaders aan waarbinnen elke gemeente haar eigen beleid kan maken.

De Wmo heeft een bepaling (artikel 2) dat als er een voorziening mogelijk is op grond van een andere wettelijke regeling, er geen aanspraak op de Wmo bestaat. In het Bza staat zo’n zelfde bepaling (artikel 2). De bepaling in de Wmo gaat vóór omdat dit een formele wet is en het Bza een Algemene maatregel van bestuur. Dat heeft tot gevolg dat als een verzekerde op AWBZ-zorg is aangewezen, de  aanspraak op de AWBZ voorgaat op de Wmo. Het moet wel gaan om dezelfde zorg (samenloop).

Thuiswonende verzekerden èn verzekerden die in een AWBZ-instelling verblijven kunnen een beroep doen op de Wmo. Een voorbeeld: een bewoner van een AWBZ-instelling heeft een aangepaste rolstoel nodig. Dat kan er aanspraak op zo’n rolstoel bestaan op grond van artikel 15 Bza. Er is hierbij een samenloop met de Wmo, omdat de gemeente het voor burgers mogelijk moet maken zich te verplaatsen in en om de woning. Als de verzekerde geen aanspraak heeft op een aangepaste rolstoel op grond van artikel 15 Bza, dan kan hij een beroep doen op de gemeente.

N.B: Als de gemeente bepaalde zorg niet biedt, dan wil dat niet zeggen dat de AWBZ daarin moet voorzien.

Ondersteuning mantelzorg

Het ondersteunen van mantelzorgers (begeleiding bij het aanvragen van voorzieningen, lotgenotencontact e.d.) is een taak van gemeenten.

Structureren van het huishouden

Het (leren) structureren en organiseren van het huishouden is AWBZ-zorg als de verzekerde het huishouden zelf kan uitvoeren, maar daarbij ondersteuning nodig heeft. Als het huishouden moet worden overgenomen is de organisatie daarvan onderdeel van de Wmo.

Bemoeizorg, motiveren voor behandeling

De Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) is het terrein van de gemeente. Een onderdeel hiervan is bemoeizorg: het bereiken en begeleiden van kwetsbare personen.
Ook het ‘toeleiden’ naar zorg valt onder bemoeizorg. Dit is het signaleren, opsporen en contact leggen (en houden) met mensen die zorg nodig hebben maar dit niet vragen vanwege de aard van hun problematiek of eerdere ervaringen met het zorgaanbod. Op het moment dat iemand zorg vraagt en accepteert kan reguliere AWBZ-zorg worden ingezet.

Wel zorg vragen, geen behandeling willen

Het CVZ heeft in indicatiegeschillen uitgesproken dat er geen sprake is van inzet van AWBZ-zorg als de verzekerde de aanwezige behandelmogelijkheden niet wil benutten. Het ongebruikt laten ervan komt dan volledig voor rekening van verzekerde zelf.
Dit kan anders zijn wanneer iemand zich vanwege psychiatrische problematiek geen goed oordeel kan vormen. Een minimale zorginzet is dan mogelijk om te voorkomen dat iemand aan zijn lot wordt overgelaten.
Het CIZ kan een besluit nemen een indicatie afgeven voor begeleiding, in het kader van hun integrale indicatiestelling. De begeleiding is erop gericht de verzekerde te motiveren voor behandeling en is voor een beperkte periode (bv. één jaar).

Deze pagina is geactualiseerd op: 11 december 2012